“Ik kom eraan hoor,” roept Kirsten (34) opgewekt door de telefoon. “Ik moest nog even melk halen voor de koffie.” Een moment later komt de goedlachse brunette aangefietst – rood gestifte lippen, een grote boodschappentas aan het stuur en een stuk speelgoed-op-stok in de hand. “Die is voor mijn zoontje Wolf – hij is drie.” In haar appartement op de Mathenesserweg zet ze koffie en thee en stelt voor om het gesprek boven in haar atelier voort te zetten.

Vertel, Kirsten. Wie ben jij?
“Ik woon sinds 2009 in Rotterdam. Ik kom uit Sprang-Capelle, een protestants gereformeerd dorpje in katholiek Brabant. Na wat omzwervingen begon ik op mijn 21e aan de studie tot ambachtelijk meubelmaker in Amsterdam. Hier in Rotterdam heb je een vergelijkbare opleiding, maar die is meer gericht op interieurbouw. Wij leerden echt met hout werken; zwaluwstaartjes steken, doeklatten maken en haaks schaven. Een supermooi vak, maar ik miste de brede materiaalkennis – ik wilde echt meubels ontwerpen en (met de hand) maken! Dus na mijn afstuderen koos ik voor de kunstacademie in Arnhem – productdesign. In mijn tweede jaar besloot ik me vanaf dan volledig te focussen op sieraden.”

Want je was een sieradenfanaat?
“Totaal niet! Ik droeg het ook nooit. Nu draag ik mijn eigen werk of dat van collega’s. Het is door mijn werk moeilijk om iets moois te zien. Bijvoorbeeld de sieraden in winkelketens; betaalbaar en soms best mooi, maar ik kan het niet kopen omdat ik weet dat ze hun inspiratie zoeken bij jonge goede ontwerpers. Kopietjes! Dat is enerzijds onvermijdelijk als je draagbare sieraden wil maken – alles heeft immers een referentie, daar kun je niet aan ontsnappen. Maar soms is het té duidelijk. Ik draag zelf trouwens nooit armbanden of overdadig veel sieraden. Ik houd juist van dat ene stuk waarmee je een mooi statement maakt.”

Hoe ben jij begonnen als ondernemer?
“Eigenlijk direct na de kunstacademie. Het was altijd al duidelijk dat ik nooit in loondienst zou werken. Ik kom uit een heel ondernemende familie. Mijn moeder had een naaiatelier. Mijn oma, overgrootmoeder en tal van ooms en tantes hadden ook eigen bedrijven. Op mijn dertiende liep ik in een winkelcentrum, toen ik me plotsklaps realiseerde dat de vrouwen in de winkels niet de eigenaren waren. Zij werken voor een baas! Ik dacht altijd dat alle volwassen mensen een bedrijf hadden!”
“Ik ben opgegroeid met hele zelfstandige vrouwen om me heen. Ik heb mijn oma nog nooit zien koken of stofzuigen; voor haar was het altijd vanzelfsprekend om te werken en het huishouden uit te besteden. Ik heb ook betere dingen te doen dat poetsen en – no offense – vier kinderen te baren. Dat deden zij trouwens wel; ik snap nog steeds niet hoe! Maar ik zie het mezelf niet doen.”

Wie zijn jouw klanten?
“Mensen met een voorliefde voor bijzondere dingen. Mijn sieraden liggen bij Groos en Olga Korstanje, maar ook bij prachtige winkels in Utrecht en Berlijn. En ik heb een galerie in Antwerpen.”

Waar haal jij inspiratie vandaan?
“Ik heb onlangs een hele draagbare en betaalbare collectie gemaakt. Geïnspireerd op het speelgoed van mijn zoontje en de blokkendoos. Speelgoed heeft veel symbolische waarde; als kind speel je ermee maar op een gegeven moment word je te oud en laat je het liggen. Daarmee staat het symbool voor geforceerd volwassen worden. Ik heb speelgoed uit elkaar getrokken en materiaal bekeken. Dat bleek veelal kunststof, dus daar zijn de sieraden ook van gemaakt. Nu ben ik er van af aan het stappen – ik wil alleen nog maar vrij werk maken. Ik ga niet meer nadenken over of ik iets wel of niet aan winkel kan verkopen.”

Hoe breng je de waar aan de man, dan?
“Vroeger dus echt door winkels af te struinen, en met succes. Maar ik ben geen verkoper. Althans, niet voor mezelf.”

Is dat bescheidenheid?
“Ja, dat houdt me wel tegen. Plus: ik kan de tijd beter besteden. Het minst leuke aan zelfstandig zijn is ondernemen, haha!Wat ik bedoel: voor mij is het zo persoonlijk – ontwerpen is persoonlijk. Wat je ontwerpt komt uit jou en dat ben jij. En dat moet je naar buiten brengen. Afwijzing en kritiek daarop wordt dan heel persoonlijk. Dat is het misschien niet, maar zo voelt het wel. Dat maakt het ook moeilijk om een waarde – als in geld – aan ontwerpen te geven.”

Je hebt rouwsieraden gemaakt. Dat klinkt erg persoonlijk.
“Dat was mijn afstudeerproject van de kunstacademie. Mijn zus overleed twaalf jaar geleden – en dat motiveerde mij. Het is lang geleden maar zo voelt het niet. Het verbaast me dat mensen ervanuit gaan dat een rouwproces op een gegeven moment ophoudt. Het houdt nooit op. Verdriet slijt niet; maar je weet het wel een plek te geven. Vanuit die gedachte ben ik met rouwsieraden begonnen. Tot 100 jaar geleden waren rouwsieraden overigens heel gebruikelijk. Tegenwoordig moet alles in het leven zo snel: ook voor rouw staat maar een beperkte tijd.”
“Ik maakte een tijd geleden een ketting van ebbenhout en porselein. Daar was ik maanden mee bezig. Ergens wil ik dat ook niet verkopen, of ik moet iemand er echt blij mee maken. Er zit enorm veel liefde en tijd in. Nu maak ik ook sieraden met as van de overledene in giethars. Uit dat werk haal ik zoveel voldoening.”

We weten nu dat je ondernemer tegen wil en dank bent, maar je hebt vast ook iets goeds gedaan op dat vlak.
“Gaandeweg leer je een hoop. Natuurlijk maak je fouten en die blijf je maken. Daar kun je moedeloos en chagrijnig van worden, maar besef dat je ervan leert. Ik ben in 2009 voor mezelf begonnen. Als ik nu terugkijk ben ik zo enorm gegroeid. Ik had eens een grote miscommunicatie met een galerie – met alle gevolgen van dien – daar ben ik toen kapot van geweest. Op dat moment was het zo heftig…je kent de etiquette nog niet. Maar juist door ervaring leert men. Voor mij werkt het bijvoorbeeld het beste om dingen uit te besteden. Schoenmaker blijf bij je leest! Mijn boekhouding en mijn schrijfwerk besteed ik uit – het kost mij onevenredig veel tijd en die tijd gebruik ik liever om te ontwerpen en te creëren.”

Tot besluit: mogen we jou nou een echt Rotterdamse maker noemen?
“Nou, aanvakelijk was Rotterdam niet mijn eerste keus, haha! Ik wilde eerst dolgraag naar Utrecht. Maar ik ben enorm van de stad gaan houden en wil hier niet meer weg. Mijn werk past ook goed in Rotterdam. Utrecht is pittoresk, historisch, kitsch. Mijn werk is eerder minimaal, groots en strak. Je kunt veel zeggen over Rotterdam maar kitsch is het allerminst. Hier wordt hard gewerkt. Een indrukwekkend CV, belangrijke opdrachtgevers of een prestigieuze galerie? Boeie! Hier win je respect door hard te werken!”